{settings.product}

In memoriam Hans Kleijn

december 2014 -

Eind vorig jaar overleed Hans Robert Kleijn, een van de pioniers van kernenergie in ons land. Hij speelde een belangrijke rol bij de bouw en inbedrijfstelling van de Hoger Onderwijs Reactor (HOR). Na zijn afstuderen in de werktuigbouwkunde aan de toenmalige TH Delft volgde hij een aanvullende opleiding in de reactorkunde in de VS waar hij onder meer de kwalificatie reactoroperator verwierf. Hij was betrokken bij de demonstratiereactor op de tentoonstelling Het Atoom op Schiphol in 1957, de eerste kernreactor die in ons land in werking kwam.
Hij trad in dienst van het pas opgerichte Reactor Instituut Delft en kreeg de leiding over de bouw van de reactor. Bovendien trad hij op als rechterhand van de pas benoemde buitengewoon hoogleraar in de reactorkunde Went die, naast zijn functie van hoofd van het onderzoek bij de KEMA, de werkgroep Reactorfysica bij de TH Delft leidde. Deze werkgroep verrichtte zijn experimenten in noodgebouwen waar onder andere subkritische experimenten werden gedaan. In 1962 werd ik zijn student-assistent waardoor ik, naast assistentie bij het practicum, betrokken werd bij de verhuizing naar het nieuwe gebouw in de Wippolder en de inbedrijfstelling van de reactor onder leiding van Hans Kleijn. April 1963 was een bijzondere maand, waarin twee kernreactoren voor het eerst kritisch werden: op 9 april de reactor BARN (Biologisch Agrarische Reactor Nederland) van het Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw in Wageningen en de HOR in Delft op 24 april; bij beide gebeurtenissen had Dr. Kleijn een leidende rol. Hij was een dynamische persoonlijkheid die hoge eisen stelde aan zijn medewerkers. Als eerste hoofd van de reactorbedrijfsgroep was hij zeer streng op het gebied van veiligheidsaspecten.
In 1963 werd Hans Kleijn benoemd tot lector in de reactorfysica, een rang die tegenwoordig hoogleraar heet. In 1965 promoveerde hij op een subkritisch experiment dat bij de HOR was uitgevoerd en dat betrekking had op een kokendwaterreactor met nucleaire oververhitting. In de periode 1968-1969 verbleef hij bij General Electric in de VS om zich te verdiepen in de snelle kweekreactor.
 
In 1971 vertrok hij naar het bedrijfsleven en werd ik tot zijn opvolger benoemd. Na functies bij het ingenieursbureau Comprimo en een projectontwikkelaar eindigde hij zijn loopbaan in de jaren ’90 als voorzitter van de Directie van de NV KEMA in Arnhem. Na zijn pensionering was hij nog actief in het kader van de World Energy Council, een internationale organisatie die zich inzet voor een duurzame energievoorziening voor het welzijn van de wereldbevolking .
Hans Kleijn was een aimabele persoonlijkheid die met zijn enorme werkkracht een voorbeeld voor zijn omgeving was. Ook na zijn vertrek uit Delft heb ik plezierige kontakten met hem kunnen onderhouden. Hij heeft nog presentaties gegeven bij een jubileum van de reactorfysische groep (thans NERA) en op het symposium ter gelegenheid van mijn pensionering. Hij bleef de kernenergie een warm hart toedragen en was lid van het Committee van aanbeveling van onze Stichting. Enkele jaren geleden bracht hij met zijn Probusclub een bezoek aan het Reactor Instituut Delft. Bij die gelegenheid had ik het genoegen hem bij mijn inleiding “de vader van de Delftse reactor” te mogen noemen, een kwalificatie die hem zeer toekomt. Hans Kleijn is 82 jaar oud geworden.  
Hugo van Dam

Terug naar het nieuwsoverzicht