{settings.product}

De nieuwe kerncentrale is van groot belang voor de lokale toeleveranciers

april 2026 -

Ingenieursbureau Tractebel en adviesbureau Technopolis voerden in opdracht van de provincie Zeeland, Impuls Zeeland en VNO NCW Brabant–Zeeland een studie uit naar het economische belang van de lokale toelevering aan de bouw van de nieuwe kerncentrale in Zeeland. Hun schatting is, dat ongeveer 15% van de totale investeringskosten ten goede kan komen aan de plaatselijke leveranciers. Dat percentage komt overeen met een bedrag, dat ligt tussen € 3,1 en € 4,6 miljard. De hoogte is vooral afhankelijk van het gekozen reactortype. Dat is of de EPR van EdF, die een vermogen heeft van 1600 MWe, of de AP–1000 van Westinghouse met een vermogen van 1100 MWe. Het vermelde bedrag heeft betrekking op de directe toelevering. In de studie is het aantal van 130 potentiële leveranciers vermeld. Dat zijn vooral producenten van onderdelen. Voorts ook onderleveranciers. Met name die op het gebied van transport, hijswerkzaamheden en logistiek. Daarnaast is er het indirecte economische effect, zoals de huisvesting en ravitaillering van buitenlandse specialisten. De indirecte economische impuls bedraagt € 1 miljard. In de studie is expliciet vermeld, dat de werkelijke hoogte van het deel van het investeringsbedrag, dat in Zeeland terecht komt, afhankelijk is van een aantal verschillende factoren. In de studie is echter niet op alle factoren ingegaan.

De levering van een kerncentrale kan op drie verschillend manieren plaatsvinden.

De eerste is de sleutelklare oplevering, waarbij de toekomstige eigenaar aan een reactorleverancier de bouwopdracht geeft en tevens een vaste prijs afspreekt. Die leverancier is vervolgens algeheel verantwoordelijk voor de vergunning, de goede kwaliteit, de projectvoortgang enzovoort. De eventuele kostenstijgingen en kosten van vertragingen in de bouw komen vooral ten laste van de leverancier.

De tweede mogelijkheid is de eilandmethode. De kerncentrale is daarbij opgedeeld is drie stukken. Dat zijn: het nucleaire eiland, het turbine eiland en als derde de overige systemen, zijnde de regel–, schakel– en hulpsystemen. Er is geen goede Nederlandse term voor dat laatste pakket. In het Engels heet het “Balance of Plant”. Het nucleaire eiland omvat het primaire systeem, inclusief de stoomgeneratoren. Het turbine eiland het conventionele deel van de kerncentrale, zijnde de turbine, generator en condensor. De toekomstige eigenaar schakelt een ingenieursbureau in voor de aansluiting van de drie bouwpakketten op elkaar. Tevens is dat bureau verantwoordelijk voor de onderlinge afstemming en de logistiek.

De derde mogelijkheid is de componentenmethode. Dat is feitelijk de klassieke manier van het bouwen van een kerncentrale. De reactorleverancier levert de nucleaire technologie en een architect–ingenieursbureau bestelt niet alleen alle systemen en componenten, maar is ook verantwoordelijk voor de levering, de projectvoortgang, de inrichting van de bouwplaats en de logistiek.

In theorie is de derde methode ongeveer 20% goedkoper dan de eerste. In de praktijk is echter het risico op kostenoverschrijdingen en vertraging in de bouw bij de componentenmethode groter dan bij de sleutelklare oplevering. Daardoor kan het kostenvoordeel zelfs omslaan in een nadeel.

De studie van Tractebel en Technopolis maakt geen melding van de verschillende methodieken. Gelet op de inhoud van het rapport lijkt impliciet vooral voor de derde methodiek te zijn gekozen. Dan wel voor een combinatie van mogelijkheid twee en drie.

Uiteraard is de toelevering door lokale bedrijven aan de bouw van de kerncentrale het grootste bij de derde methodiek, de componentenmethode.

Het rapport van Tractebel en Technopolis staat op het internet. Zie:
https://www.zeeland.nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB26_93b805df.pdf

Terug naar het nieuwsoverzicht